Rijtest: Ford Focus Wagon 1.0 EcoBoost Nordic Edition

Rijtest: Ford Focus Wagon 1.0 EcoBoost Nordic Edition
Auteur: Arno Lommers
04-12-2016




Ford was in 2012 een van de eerste autofabrikanten die onder het mom van downsizing een driecilinder turbomotor lanceerde. Het 999 cc metende torretje kwam niet alleen in de neus van de compacte Fiesta, maar kreeg ook de opdracht om grotere modellen vooruit te helpen. Velen reageerden nogal sceptisch over deze stap, maar de technici geloofden heilig in hun staaltje ingenieurswerk. Inmiddels zijn de kritische geluiden naar de achtergrond verdwenen en is de productie al diverse keren verhoogd. Aan de hand van een Focus Wagon 1.0 EcoBoost beantwoorden we de vraag wat deze motor tot een topper maakt.

De naam Focus is sinds zijn introductie in 1998 uitgegroeid tot net zo’n bekendheid als zijn voorganger, de Escort. Alsof het niet mooier kon zijn werd de compacte middenklasser direct gekozen tot Auto van het Jaar 1999. De twee opvolgende generaties hebben dit nooit bereikt, maar veroverden in respectievelijk 2005 en 2012 wel de bronzen plak. Inmiddels zijn we gewend geraakt aan gefacelifte derde Focus en over een jaar staat het geheel nieuwe model bij de dealer. Desondanks blijft Fords C-segmenter ook in zijn nadagen goed verkopen, vooral als leaseauto is de auto dankzij een aantrekkelijk prijskaartje populair.

Dezelfde prestaties als een atmosferische viercilinder met 1.600 cc combineren met een 20 procent lager verbruik, met dat doel is de 1.0 EcoBoost-motor ontwikkeld. Inmiddels is algemeen bekend dat kleine turbomotoren bij lage belasting inderdaad ontzettend zuinig kunnen zijn. Als het gaspedaal naar de bodem gaat, en het machientje alles moet geven, wordt het een ander verhaal. Hoe zwaarder de auto, hoe sterker dit effect. Bij een Fiesta kan het verschil in rustig cruisen en flink doorrijden nog meevallen, maar aan een forse Mondeo heeft de 1.0-motor een hele kluif. Technisch gezien is de compacte turbomotor een waar hoogstandje. Directe brandstofinspuiting tot 150 bar, een dubbele bovenliggende nokkenas (DOHC) en variabele kleptiming (Ti-VCT) maken deel uit van het concept. De distributieriem draait in een oliebad en hoeft slechts een keer in de 10 jaar of elke 240.000 kilometer vervangen te worden. Het uitlaatspruitstuk is geïntegreerd in de aluminium cilinderkop wat gunstig is voor het brandstofverbruik en qua oppervlakte past de 98 kilo wegende motor op een A4’tje.

In de Focus is de 1.0 EcoBoost leverbaar met 100 en 125 pk, gekoppeld aan respectievelijk een handgeschakelde vijf- of zesbak. De sterkste uitvoering is er ook met een zestraps automaat. De testauto met 100 pk sprint in 12,7 seconden vanuit stilstand naar 100 km/h, maar voelt sneller aan. Het is vooral de soepele krachtsopbouw en de vrij alerte reactie op het gas bij lage toeren die het hem doen. Ford is erin geslaagd om trillingen te elimineren. Meestal worden hiervoor balansassen gebruikt, maar bij deze motor zijn het vliegwiel en de distributiepoelie opzettelijk uit balans gebracht waardoor vibraties geneutraliseerd worden. Het typische geroffel van een driepitter dringt nooit vervelend door tot het interieur. Bij flink doortrekken bromt de 1.0 EcoBoost meer, maar het meest tot zijn recht komt de motor bij toerentallen tussen de twee- en vierduizend.

Wat betreft weggedrag hoeven we weinig woorden vuil te maken aan de Focus. Als je op zoek bent naar rijplezier in het C-segment dan is dit de maatstaf. Als vanzelfsprekend rijd je met de auto weg, waarbij de bestuurder actief wordt betrokken bij hetgeen er onder de wielen doorrolt. De besturing is strak, geeft veel feedback en is niet te sterk bekrachtigd. Ook het schakelen verloopt zeer soepel. Het onderstel is stevig afgestemd, maar op lange oneffenheden levert de Focus een goed veercomfort. Als stationwagon is de auto niet de ruimste in zijn klasse, zeker niet als je de lengte van 4,56 meter in ogenschouw neemt. Op vakantie gaan met vier personen is echter geen probleem.

De vijf keer tot International Engine of the Year verkozen 1.0 EcoBoost-motor is en blijft een pareltje. Diverse duurtests hebben de betrouwbaarheid bevestigd, wat ook afgeleid kan worden uit het feit dat het blok in 2012 in een omgebouwde Formule Ford-raceauto 205 pk heeft geleverd. Denk wel goed na of je de versie met 100 pk voldoende vindt, want voor een klein bedrag extra staan er een bonus van 25 pk’s en een zesde versnelling paraat. In stedelijk gebied is het verschil beperkt merkbaar, op hogere snelheden komt de sterkere variant duidelijk makkelijker vooruit.

Deze rijtest is mogelijk gemaakt door Ford-dealer Wensveen in Alblasserdam.

Technische gegevens:
Cilinderinhoud: 999 cc
Cilinders/Kleppen: 3/12
Max. vermogen: 100 pk bij 6.000 tpm
Max. koppel: 170 Nm bij 1.400 tpm
Acceleratie 0-100 km/h: 12,7 sec.
Topsnelheid: 185 km/h
Transmissie: handgeschakelde vijfbak
Gem. verbruik: 4,8 l/100 km (1:20,8)
Gewicht: 1.213 kg

Vlotte, soepele turbomotor
Strak weg- en stuurgedrag
Zuinig bij rustige rijstijl
Portierbekleding uit hard kunststof
Niet de ruimste in zijn klasse
Nieuw model op komst

Gerelateerd nieuws

Gelimiteerde Ford GT Competition Series is gericht op circuit-fanaten
02-03-2017
Nieuwe Ford Fiesta ST haalt 200 pk uit driecilinder
26-02-2017
Na twee jaar officieel: de nieuwe Ford GT in cijfers
25-01-2017
Ford toont eerste foto’s van vernieuwde Mustang Cabrio
21-01-2017
Herkenbaar en toch anders: de vernieuwde Ford Mustang
17-01-2017
Officieel: Ford F-150 pick-up krijgt opfrisbeurt en dieselversie
08-01-2017